Godfried Bomans en Rome
Godfried
Bomans woonde begin jaren vijftig
in Rome. Zijn ervaringen schreef hij o.a. in het boek "Wandelingen door
Rome". Ruim 50 jaar later bezoekt Bert Rebergen voor het eerst de 'eeuwige
stad' en zonder echt op zoek te gaan, komt hij op plaatsen die Godfried Bomans
vroeger beschreef of toonde in het televisieprogramma (NCRV, 1970) "Stroomt
er nog water door Rome?"
In een aantal episodes neemt Bert Rebergen ons mee naar die bijzondere plaatsen:
Alsof het zo had moeten zijn. Op alle
mogelijke manieren verscheen daar ineens de stad Rome in huize Rebergen.
Een vriend bood mij een heuse reis naar de eeuwige stad aan, waarvoor ik
uiteraard niet bedankte. Wetend van deze uitnodiging, leende een collega me ‘Het
Bernini Mysterie ‘ van Dan Brown, die ook de bestseller ‘De Da Vinci Code'
schreef. Terwijl ik in dit boek de laatste bladzijden las over het conclaaf in
de Sixtijnse Kapel en een bezeten jacht op 5 verdwenen kardinalen, overleed Paus
Johannes Paulus II. Niet lang daarna bezweek ook de prins van Monaco en die
heeft volgens Bomans ook wel iets met Rome (‘De drie rotsen', in: ‘Op het
vinkentouw'). Terwijl de Rome-reis naderde, herlas ik ‘Wandelingen door Rome'
, werden in het NCRV programma ‘Document' beelden van Bomans in Rome herhaald
en werd een nieuwe paus gekozen die wellicht met net zoveel tegenzin aan zijn
ambt begon als de in ‘Wandelingen door Rome' genoemde Pius X die nog voor
Benedictus XV (thans zit Benedictus XVI aan het roer) bisschop van Rome mocht
zijn.
Op maandagmorgen 9 mei vertrok vanaf vliegveld Düsseldorf een Lufthansa
richting Rome.

Voorzijde Duitse versie van Bomans' "Van
dichtbij gezien."
Met het reisgezelschap had ik vooraf de
‘complete' documentaire (de NCRV kortte later de versie van 1970 in) ‘Stroomt
er nog water door Rome? ' bekeken, want zonder die voorkennis heeft een eerste
Rome-reis natuurlijk weinig zin, dat zult u met me eens zijn.
Nu wilde ik mijn medereizigers niet vermoeien met de wens alleen die plaatsen op
te zoeken waar Bomans geweest is of zou hebben kunnen lopen. Toch passeerden we
ongemerkt de nodige plekken die ik in verband kon brengen met Bomans' woorden en
tv-reportage over Rome.
In overleg met Jac Aarts (redacteur van de Bomanskrant) heb ik het idee opgevat om u eens in etappes mee te nemen langs die plaatsen. Daarbij laat ik die oorden waarover Guido Verschaeren en Fred Berendse enige jaren geleden reeds heerlijk spraken en schreven vrijwel geheel met rust.
1. Gehaaide jongens
Souvenirhandelaars zijn al zo oud als....ha!......de weg naar Rome. De apostel Paulus liep in Efeze al aan tegen verkopers van zilveren prullen bij de tempel van Artémis. Toen Paulus de verkoopwaar met klem afkeurde, werden hij en zijn vrienden onmiddellijk door zilversmid Demetrius en zijn kornuiten naar het amfitheater geleid, alwaar men de apostelen gaarne een kopje kleiner had gemaakt. Godfried Bomans had Demetrius vast en zeker een gehaaide jongen genoemd. Een slimme rakker die handig beslag legt op de geldbeurzen der argeloze toeristen die op hun beurt menen iets unieks bemachtigd te hebben en thuis tot hun leedwezen moeten vaststellen een kat in de zak te hebben gekocht. De term ‘gehaaide jongens' ,die Bomans dikwijls bezigde, lijkt niet vaak meer gebruikt te worden. Let u maar eens op. Als je dit in een gezelschap zegt, kijken vragende ogen je aan: "Wie zei je?"
Iedere stad en ieder land kent zijn eigen specifieke souvenirhandelaars. Word je
in Hongarije dood gegooid met zwepen, panfluiten en schaakborden en zijn het in
Duitsland en omstreken de wandelstokken, koekoeksklokken en weerhuisjes die het
hem doen, in Rome zijn natuurlijk de devotie-artikelen en de in plastic
uitgevoerde miniaturen van het Forum Romanum in zwang. In Parijs werden enkele
jaren geleden nog conservenblikjes verkocht met ‘ l ‘Air de Paris '. Een
heerlijke vondst, al vrees ik dat in de goed afgesloten sardineblikjes slechts
gebakken lucht terug te vinden was. In Rome zie je ook veel verkopers van
riemen, armbandjes, horloges en zijn er tientallen Aziaten die kleine statieven
voor uw camera verkopen. Voor een vriend, die iets ‘fouts' wilde, kocht ik in
Rome een geurende rozenkrans met afbeeldingen van Benedictus XVI erop:

De souvenirhandelaars hebben de opvolger van
Johannes Paulus II onmiddellijk in hun assortiment opgenomen.
De meeste van u herinneren zich de beelden van Godfried Bomans bij de
souvenirwinkeltjes te Rome.
Aandachtig glijdt zijn hand langs een rode sjaal met de Sint Pieter erop (ze hangen er nog steeds!). Verbaasd glimlachend hoort hij het tingelen van een zilverkleurige Sint Pieter, dat een muziekdoosje blijkt te zijn. Bomans noemt het ‘paddestoelen op de boom van het geloof', al ergert hij zich minder dan tijdens zijn reis door Israël. Een buitenbeentje blijkt een madonna met een concaaf gegoten gezicht. Het opschrift luidt: l' Occhio della madonna non ti abandonna mai. Het blijkt een knap staaltje bedrog. Bij het draaien van de camera blijven de ogen van Maria de aanschouwer inderdaad aankijken. In de tv-aflevering volgt dan een van de weinige lachwekkende momenten. Bomans vertelt de kijker dat het ding 40 gulden moet kosten, dat hij wel gek zou zijn als hij dat ervoor zou betalen en hij legt het daarom, geheel Bomansiaans, als de bliksem weer terug.

De winkeltjes zoals ze in de NCRV-aflevering te
zien zijn
Slechts een korte zoektocht bracht mij bij de drie souvenirwinkels waar Bomans
deze woorden uitsprak. Er zijn direct bij de Sint Pieter maar weinig echte
souvenirwinkels. De meeste handelaren hebben kraampjes langs de weg. Vrijwel
geen enkel artikel is geprijsd, men moet via bieden een aardige prijs zien te
regelen. Naast de Friese Kerk (aan de Piazza Del Sant' Uffizio), vlakbij het
Sint Pietersplein, zitten er twee.
Bij een van die winkeltjes maakten we een
filmpje zoals Bomans dat destijds deed. We waren juist klaar met filmen en
praatten nog even na met de camera in de hand. Buiten hing een fraaie poster aan
de muur met een afbeelding van Rome, zoals het er vroeger uit heeft moeten zien.
Plots verscheen daar de eigenaar die, een boze blik werpend op mij en mijn
camera, de poster verwijderde en onder enige onverstaanbare verwensingen zijn
winkel weer in draafde. Blijkbaar was hij bang dat ik de poster zou fotograferen
i.p.v. deze aan te schaffen. Een komisch misverstand.
Glimlachend liepen wij naar de Via della Conciliazione, de weg die u vanaf de
Tiber naar het Sint Pietersplein leidt en daar rechts ontwaarde ik de drie
winkeltjes. Ik herkende de structuur van de stenen boven de deuren direct. Thuis
vergeleek ik de foto en het filmfragment en zelfs het huisnummer, 57, bleek te
kloppen.
De drie winkeltjes nu. Ook de rode
brievenbus hangt er nog. De blauwe brievenbus hing er in 1970 nog niet.
Ook al waren er geen bronzen opwind-pausjes meer voorradig en bleken de gipsen
pausjes met muziek ( "Van dichtbij gezien") reeds tot het verleden te
horen, hier was Godfried Bomans toch maar mooi geweest.
2. Stromen er nog fonteinen door Rome?
In ‘Wandelingen door Rome’ vestigt Godfried Bomans ook de aandacht op enkele fonteinen in Rome. In de NCRV-productie “Stroomt er nog water door Rome?” zien we die fonteinen ook regelmatig voorbij komen en het is ook niet verwonderlijk, als je zo’n vraag stelt.
De beroemdste
is uiteraard de Trevi fontein.
Fontana
di Trevi
De drie wegen-fontein dankt haar naam aan de drie wegen (het zijn bijna steegjes) die uitkomen bij deze machtige fontein. Wereldberoemd werd de fontein dankzij de film ‘La dolce Vita’ waarin we de schone Anita Ekberg zien wandelen door het water.

Anita
Ekberg in de Trevi fontein in de film ‘La dolce Vita’ van Fellini
Godfried Bomans maakt zich om die film niet druk en dat is niet verwonderlijk als je weet dat deze film 4 jaar later verscheen dan Bomans’ ‘Wandelingen door Rome’ dat Elsevier in 1956 uitgaf. Bomans maakt zich vooral druk om de vraag wat er toch gebeurt met het geld dat toeristen, met de rechterhand over de linkerschouder, naar achteren in het water werpen. Nu kan ik u verzekeren dat er heel wat geld in de fontein wordt gesmeten. Iedere toerist weet na deze handeling dat hij of zij ooit zal terugkeren in de ‘eeuwige stad’. Zelf mocht ik ook een duit in het ‘bakje’ doen en ik zag in gedachten direct de zeven spiernaakte jongetjes achter de fontein vandaan komen (‘Wandelingen door Rome’: Romeinse kostgangers) om het in het water geworpen geld naar boven te vissen.
Schrijver
dezes werpt diens schamele 5 eurocent in het water van de Trevi fontein. Achter
hem het Neptunus-beeld waar de spiernaakte jongetjes ’s nachts klaar zitten om
een frisse duik te nemen in het water.
Volgens Bomans gebeurt dat allemaal om half drie ’s nachts. Onmiddellijk wordt het geld geteld, voor een gedeelte mee naar huis genomen en de rest wordt opnieuw ingezet door de ‘dagploeg’ die de volgende dag de toeristen zonder kleingeld van een muntje voorzien. De toeristen betalen goed voor deze geste en zo groeit de winst als water. Vermoedelijk is de nachtploeg nu sneller klaar met tellen, omdat de bak vrijwel geheel gevuld is met euro’s en het tijdrovende verdelen van de verschillende valuta bijna niet meer nodig is.
Een brug slaan naar die andere Bomans-fontein is zo moeilijk niet. Niet alleen omdat we over twee fonteinen praten en de naam van Bernini bij beide fonteinen een belangrijke rol speelt, er is een andere opmerkelijke overeenkomst. Spartelde Anita Ekberg door de Trevi fontein, in de fontein op de Piazza Navona is ook het nodige gestoei geweest.
Fontana
dei Fiumi (fontein van de 4 riviergoden)
aan de Piazza Navona
Een van mijn medereizigers wilde er pertinent naartoe omdat hij zo verschrikkelijk had moeten lachen om het echtpaar dat volgens Bomans (‘Wandelingen door Rome’: Romeinse kostgangers) een stap durft te wagen in de lege edoch spiegelgladde fontein die ’s avonds om half negen wordt gereinigd. Dankzij het spekgladde marmer kan men zonder moeite de fontein inglijden maar er eigenhandig uitkomen is er niet bij. Vader gaat eerst en moeder en zoon, die willen redden wat er te redden valt, volgen direct. Ook een passerende agent moet er aan geloven. Gelukkig is er een man met ervaring die vanaf een bankje heeft toegezien en nu te hulp schiet. Met wat zand en een touw wordt iedereen bevrijd en met een dikke fooi gaat het mannetje glimlachend naar huis.
Wie thans op de bankjes bij de fontein gaat zitten mag blij zijn als hij de fontein nog kan zien. Een leger souvenirhandelaars heeft zich rondom Bernini’s fontein genesteld. Men kan niet eens dicht bij de fontein komen, want koortsachtig zwaaiende en nerveus roepende Aziaten proberen thans hun fotostatieven te slijten. Waren, volgens Bomans, de Chinezen het zuinigst wat betreft hun geldelijke bijdrage aan het ‘Trevi-project’, thans slaan zij hun slag door prullen te verkopen die in de verste verte niets met de fontein op de Piazza Navona te maken hebben.
Terwijl ik misschien wel op dat ene beruchte bankje zit, plaatst een armoeiige verkoper allemaal hoedjes op het hoofd van mijn buurman, telkens ‘ten euro’ prevelend. Ik help mijn buurman door steeds ‘three euro’ te antwoorden maar verder dan 6 wil hij niet zakken. Zacht murmurerend neemt hij even later de benen. Hollandse tieners, ik herken ze dikwijls direct aan hun ontevreden gelaatsuitdrukking, worden inmiddels beduveld door een ventje dat allerhande kettinkjes, bandjes, portemonneetjes verkoopt en vlakbij de fontein hijst een jongeman zich in een zilveren pak dat aan een Egyptische sarcofaag doet denken. Doodstil blijft hij staan. Pas als iemand wat geld in zijn blikje deponeert, volgt een statige buiging. Nieuwsgierigen staan ongeduldig te wachten en kijken elkaar aan met die verwijtende blik van: “Gooi jij er nou wat in, dan gebeurt er tenminste wat!” Zelf heb ik de neiging om naar het levende standbeeld toe te lopen en de beroemde Bomans/Van Deyssel-zin te herhalen: “Kunt u ons vertellen wanneer u begonnen bent?”
De
zelfde fontein
met obelisk en de kerk van Sant’ Agnese in Agone er achter
Ineens herinner ik me Dan Browns ‘Bernini-mysterie’. Ook in dat boek (hoofdstuk 102) vindt in deze fontein een stoeipartij plaats. Het is een worsteling tussen de hoofdpersoon en de moordenaar in het boek. Ook ligt een stervende kardinaal in de fontein en er is niemand die ook maar een hand uitsteekt om de twee slachtoffers uit de klauwen van de moordenaar te redden. Blijkbaar zaten al die Chinezen toen aan een pizza, zaten al de toeristen bij de Chinees en was de agent druk met het wegjagen van souvenirhandelaars zonder vergunning. De levende sarcofaag kwam niet in actie. Hij werd immers niet betaald. Het mannetje met zand en touw was ook niet nodig want hoofdpersoon Langdon komt, volgens Brown, zonder al te veel moeite uit de fontein tevoorschijn.
Ook Dan Brown heeft aan Rome een fijn zakcentje overgehouden, maar intussen klopt zijn boek van geen kant. Wellicht zou een vervolg op de NCRV-documentaire ’Stroomt er nog water door Rome’ de titel kunnen dragen: ‘Stroomt er nog geld door Rome.’ Daar hoeven we geen referendum over te houden. Het antwoordt luidt: “Ja!” Geld als water!
3. Versleten kiezen uit een glanzend en gaaf gebit.
Op deze hernieuwde voetreis door Rome wandelen we naar het Forum Romanum. Hoe dikwijls zien we deze overblijfselen uit het verleden van de Romeinen en de Grieken op foto's of vinden we brokstukken in grote musea, ineens stap je zelf die oude wereld binnen waarvan Bomans' tante uit Bussum zo snedig opmerkte: "Wat is alles toch stuk hier!"
Forum Romanum...Wat is
alles toch stuk hier....Op de achtergrond is het Colosseum waarneembaar.
Het NCRV-programma 'Stroomt er nog water door Rome' begint op deze plaats. In Van dichtbij gezien zegt Bomans er het volgende over: Het grijpt me altijd weer aan. Het Romeinse Rijk...Wat een macht is dat toch geweest! Zelfs nu nog, nu bijna alle tanden uit dat sterke gebit getrokken zijn en alleen hier en daar nog wat versleten kiezen overeind staan, voel je de kracht van die beet. Wat moet het wel geweest zijn, toen dat hele gebit nog gaaf en glanzend was?
...en alleen hier en daar nog wat
versleten kiezen overeind staan.
En hier komen we bij een interessant punt in de redenering van Godfried Bomans, want willen we in Rome dat gave en glanzende nog bekijken, dan moeten we naar de kerken in Rome toe alwaar we, met Bomans gesproken, die vulkanische eruptie van marmer, goud en edelstenen kunnen aanschouwen. Het stromende water, zo zegt Bomans, is hier gestold tot barok. Hier echter lijkt Godfried Bomans een wezenlijke schakel in de historische ketting over het hoofd te zien.
Toen wij met een gids door het Forum Romanum wandelden, werden wij getroffen door een uitspraak van deze man. Hij gaf namelijk een antwoord op de 'vraag' die Bomans' tante uit Bussum ooit gesteld moet hebben: Wat is het allemaal stuk hier. Waarom is alles stuk? Waar zijn die enorme marmeren trappen en vloeren gebleven? Precies! Het lava van die vulkanische eruptie is door de eerste pausen onmiddellijk uit het heidense Forum Romanum weggehaald en al dat materiaal werd gebruikt voor de bouw van o.a. de Sint Paulus en de Sint Pieter.
I.p.v. de heidense Romeinse
tempels kwamen er de christelijke kerken.
Overal in het Forum Romanum groeiden kerkjes als schimmels aan de afgehouwen
boomstam van de Romeinse cultuur.
Bomans vertelt ons dus niet dat al die pracht en praal, die gebouwd werd bovenop de vroegchristelijke kerkjes welke we in de lagen daaronder terugvinden, door diezelfde kerk o.a. werd weg geroofd uit het Forum Romanum. Alleen al de marmeren vloer van de Sint Paulus, zo verzekerde ons de gids, komt grotendeels hiervandaan.
De Sint Pauluskerk, waar
het graf van de apostel Paulus zou moeten liggen en waarin alle pausen in
mozaïek zijn uitgevoerd.
Enkele weken na het overlijden van
paus Johannes Paulus II was diens beeltenis reeds in de wand van de Sint Paulus
te zien. Aan de mozaïek-afbeelding van de huidige paus wordt reeds gewerkt.
Direct na het overlijden van de paus kan de afbeelding worden toegevoegd aan de
andere.
De fraaie glazuurlaag en de gouden vullingen uit het gebit van het machtige Romeinse gebit vonden dus hun plaats in de kerken even verderop. Het is bijna onvoorstelbaar dat in onze tijd, waarin kerken worden omgebouwd tot bioscopen, restaurants, kantoren en woningen, dat er een tijd geweest is waarin de christelijke kerk hetzelfde deed met het Romeinse erfgoed. En Bomans zei terecht, kijkend naar het schilderij van de eerste christelijke Romeinse keizer, Constantijn de Grote, dat de christenen in hun eigen 'vervolgingen' en 'beeldenstorm' een grote bekwaamheid aan de dag hebben gelegd.
Detail van het schilderij met
daarop Constantijn
de Grote te zien strijdend tegen Maxentius in het Vaticaans museum.
Een kort intermezzo n.a.v. een bericht bij het N.O.S. Journaal op dinsdag 26 juli 2005 (editie 18:00uur). Overigens meldde het ANP dit bericht al op 15 juni van dit jaar. Op de website van Katholiek Nederland is het uitgebreide persbericht te lezen. We lezen daar over de Protestantse begraafplaats in Rome die door Nederland wordt onderhouden. M.n. de Nederlandse ambassadeur heeft zich voor het behoud van deze begraafplaats ingezet. Deze ambassadeur echter vertrekt eerdaags en de vraag is of deze begraafplaats in Rome behouden zal blijven.
Op deze begraafplaats liggen 21 Nederlanders, de zoon van Goethe en we vinden er het graf van John Keats en Joseph Seven.

Grafstenen van John Keats en
Joseph Severn (foto: onbekend)
Over deze Vrienden tot in de dood schrijft Bomans in zijn Wandelingen door Rome. Godfried Bomans woonde in Rome niet eens zo ver van het huis van Keats aan het Piazza di Spagna (ook wel de Spaanse trappen genoemd). Het is dus maar de vraag of deze bijzondere begraafplaats, die, zo meldde het Journaal, nog steeds door veel (romantische) toeristen met een bezoek wordt vereerd, in haar huidige staat blijft bestaan.
De Spaanse trappen met rechts het
huis van Keats
Links, achter de palmbomen moet Godfried Bomans gewoond hebben.
De huidige paus spreekt een grote
menigte toe terwijl schrijver dezes alles rustig in zich opneemt.
Het bezoeken van een bekende plaats neemt, vermoed ik, aan bijzonderheid toe als deze plek juist rond die tijd extra in de belangstelling staat. Terwijl mijn Rome-reis reeds lang in mijn agenda stond genoteerd, deed Johannes Paulus II goed zijn best zijn lijfelijke aanwezigheid in dit ondermaanse zo lang mogelijk vol te houden. Met enige zorg hield ik de journaals in de gaten. Je moet er niet aan denken dat je in Rome bent als de heilige vader juist de laatste adem uitblaast of wordt begraven. We hebben kunnen zien hoe geweldig druk het toen in Rome was. Een normaal toeristisch bezoek zou in zo'n geval een bittere tegenvaller kunnen worden.
Ook nu (mei 2005) had het Sint
Pietersplein niet aan belangstelling te klagen.
Toen ons vliegtuig in Rome landde was Johannes Paulus II reeds begraven en was de kersverse Benedictus niet lang daarvoor tot paus uitgeroepen. De zeer grote belangstelling voor de Sint Pieter was weer wat afgenomen al zal het ongetwijfeld drukker geweest zijn dan normaal. Toch is het enigszins merkwaardig als je al die beelden dagelijks op de buis voorbij zag komen en je nu zelf ineens in die arena aanwezig bent. Je bent je eigen televisie in gestapt en maakt deel uit van de journaalbeelden die de hele wereld enige weken daarvoor in bedwang hielden. De meest bizarre ervaring op dat gebied maakte ik mee toen ik op het journaal beelden zag vanuit het gemeentehuis van Den Haag. Anderhalf uur later parkeerde ik de auto, niets vermoedend, in de parkeergarage Spui/Centrum in Den Haag. Ineens stond ik in het zelfde gemeentehuis. Dan weet je even niet wat je overkomt!
Als Bomans in Rome woont, zwaait paus Pius XII nog de scepter. Pius XII werd paus in 1939 en was dus paus gedurende de Tweede Wereldoorlog. Deze Pius kreeg dan ook na de oorlog veel kritiek op zijn bordje omdat hij tijdens deze oorlogsjaren nogal zwijgzaam was geweest als het om de jodenvervolging ging en er waren zelfs geluiden dat hij op een of andere manier zelf betrokken zou zijn geweest bij wandaden in het Italië van Mussolini.

Paus Pius XII
(Foto: http://www.truecatholic.org/
)
Bomans zwijgt daarover. Hij vertelt alleen dat hij, op audiëntie zijnde, onder de indruk is van de nederigheid van deze man. In Bomans' ogen is het een man die zichzelf wegcijfert en alleen een zekere hulde weet te waarderen omdat hij weet dat deze bestemd is voor zijn Opdrachtgever, die achter hem staat. Pius XII pleit, zo vertelt Bomans, zelfs voor een gedragscode voor oorlogsmisdadigers en het excuus "Befehl ist Befehl!" mag geen verontschuldiging zijn voor de gruweldaden in de oorlog. Verder geeft Bomans geen opvallende bijzonderheden. Hij observeert de paus slechts in zijn manier van spreken en diens non verbale communicatie.
Later komen we de paus nog eens tegen in Bomans' wandelingen door Rome. Dit keer ziet hij de reeds zieke paus vanuit de verte voor het beroemde vensterraam van zijn werkvertrek staan. Bomans beschrijving in "Wandelingen door Rome" vertoont veel overeenkomsten met zijn observaties een kleine 20 jaar later voor de N.C.R.V.-camera. Ook schrijver dezes herkent, Bomans' verslagen nog eens doorlezend, de nodige zaken. Als Bomans het Sint Pietersplein nadert, ziet het al zwart van de mensen. Bomans vertelt dat hij van de Engelenburcht richting de Sint Pieter loopt.
Met de Engelenburcht in de
rug wandelend richting de Sint Pieter
Zelf bracht ik een bezoek aan het Sint Pietersplein op de dag dat de Paus een open audiëntie hield. Godfried Bomans betreurt het dat je, de lange allee betredend, de enorme Sint Pieter reeds ver van tevoren ziet. Het verrassingselement is totaal weg, net zoals je dat vroeger had in het Rijksmuseum. Wandelde je door de verkeerde deur naar binnen dan zag je de Nachtwacht al meters van tevoren aan de muur hangen. Eenmaal aangekomen bij het wereldberoemde schilderij viel er weinig meer te zien. Op die bewuste dag kwam ik dan ook van de andere kant aan bij het Sint Pietersplein. Je loopt dan a.h.w. tegen de 'omarming' van Bernini aan en staat ineens op dat gigantische plein.
Je loopt dan a.h.w.
tegen de 'omarming' van Bernini aan en staat ineens op dat gigantische plein.
Alsof je op een vliegveld bent aangekomen, zo word je gecontroleerd, eer je het machtige plein mag betreden. Er klinkt niet alleen het gemompel van de mensen. Er wordt ook gezongen en even daarna volgt de stem van de paus zelf, die bij zo'n open audiëntie niet voor zijn vensterraam verschijnt maar op het podium heeft plaatsgenomen, vlak voor de Sint Pieter. Op enorme billboards kan de bezoeker de heilige vader aanschouwen terwijl zijn wat weemoedige en krakende stem over het plein galmt. Pius XII, vertelt Bomans, beheerste 9 talen. Benedictus kan er ook wat van. In vele talen spreekt hij (het lijkt moeiteloos) de gelovigen toe. Op het oratorische vlak zou Pius XII geen kleine jongen geweest moeten zijn, volgens Bomans. Benedictus moet wat dat betreft nog veel leren. De zegenende kruisbeweging verstrekt hij alsof hij van zijn laatste voorraden af moet en zijn lichaamstaal beperkt zich slechts tot het enigszins streng en met een donkere blik kijken over zijn bril en het maken van houterige bewegingen met de armen waarbij de stand van de handen vermoedt, dat de paus een enorme denkbeeldige bal omhoog probeert te houden.
Op enorme billboards
kan de bezoeker de heilige vader aanschouwen terwijl zijn wat weemoedige en
krakende stem over het plein galmt
Dankzij de moderne techniek kunnen we de paus goed zien en horen. (Zei Fons Jansen ooit niet: "Als de paus nou weer eens op bezoek komt, moet hij i.p.v. een microfoon dan een gehoorapparaat meenemen.") Toch is hij, Bomans ervoer dat ook al, zo ontzaglijk ver van de menigte verwijderd. In statig wit zit hij daar tussen enkele zwarte jurken en enkele leden van de Zwitserse garde. Met de camera kunnen we Benedictus wat dichterbij halen, maar een hand geven zit er vandaag niet in. Bomans miste ook de knielende menigte op het plein. Begin jaren zeventig zijn het er nog maar enkelen. Nu, anno 2005, doet niemand dat meer. Er klinkt zo nu en dan alleen wat geroep als een priester de groep noemt die zich speciaal voor dit feestje bij hun eigen ambassade heeft aangemeld. Zo gaat dat namelijk. Je meldt netjes bij de ambassadeur, dat je met een groep op 'audiëntie' komt en met een beetje geluk wordt je naam dan over het plein geroepen. Spandoeken vliegen dan omhoog en luid gejuich weerklinkt terwijl de paus weer de nodige zegeningen verstrekt.
Met de camera kunnen we Benedictus
wat dichterbij halen, maar een hand geven zit er vandaag niet in.
Zo staan we dan 35 jaar na Bomans weer op dit plein. Tijdens Bomans' laatste bezoek moet daar paus Paulus VI gestaan hebben.

Paus Paulus VI
In alle drie de situaties, valt de enorme afstand op van paus en publiek, al moet ik toegeven dat ik te laat was voor het rondritje van de paus in zijn nieuwe en open wagentje. Willen we de heilige vader van nabij meemaken, dan moet u eens 'Een eenvoudig man' lezen in Bomans' wandelingen. Het voert te ver om daar nu uitvoerig op in te gaan, maar Bomans beschrijft daarin prachtig hoe verschrikkelijk moeilijk Pius X het moet hebben gehad met zijn benoeming tot hoofd der kerk. (Was het niet de broer van de huidige paus die dezelfde bezwaren had t.o.v. de benoeming van zijn broer tot paus?)

Paus Pius X
Dan wandelt pas echt een eenvoudig man uw en mijn woonkamer binnen en kunnen we pas echt en niet zonder eerbied en respect prevelen: "Habemus Papam".
Andere teksten van Bomans die de paus aangaan, vindt men o.a. in: Pater Familias [Een mooie tijd], Een uitstervend ras [Van de hak op de tak] en een andere kritische noot vinden we in het fraaie stuk: Drie rotsen [Op het Vinkentouw].
l' Estremità, het slot. Ja, ik tracht in dit laatste verslag tot een afronding te komen. Dat is niet eenvoudig, want, veel, zeer veel zaken moeten blijven liggen. Geen bezoek aan de catacomben, de San Clemente en aan de Club der Zwijgers (In 'Wandelingen door Rome' beschrijft Godfried Bomans een genootschap dat overeenkomsten vertoont met 'The Diogenes-Club' welke we in de avonturen van Sherlock Holmes tegenkomen.)

De Via Margutta alwaar de 'Club
der Zwijgers' zou moeten zijn gevestigd. Het is, zegt Bomans, een vereniging die
zich uitsluitend toelegt op het zwijgen. Er wordt uitsluitend in clubverband
gezwegen. (foto: Photopix)
en ook de Via Appia laten we voor wat het is. Eén beroemd bouwwerk mogen we echter niet links laten liggen. Dit monument, zo meldde het NOS Journaal laatst nog, wordt met ijzerdraad bij elkaar gehouden. De Italiaanse staat heeft z'n handen vol aan het bijhouden van de historische bouwwerken die het land rijk is. Waarover hebben we het? Het Colosseum:
Het Colosseum
Zowel in de NCRV serie 'Stroomt er nog water door Rome' als in 'Van dichtbij gezien' vertelt Bomans ons dat wij het woord 'kolossaal' aan dit gebouw te danken hebben. Hier gaat de Romeinse Haarlemmer echter wat te kort door de bocht. Het Colosseum heette oorspronkelijk niet zo. Pas later zou het enorme amfitheater die naam krijgen, waar -zo zegt Bomans- het christendom met een enorm faillissement begon. Dit vanwege de vele gelovigen die hier door leeuwen en gladiatoren de dood vonden. Het was keizer Nero die van christenvervolgingen een regelmatig tijdverdrijf maakte. Hij gebruikte ze zelfs als levende toortsen in de tuin, door ze als tuinfakkel een afschrikwekkend levenseinde te bezorgen. Deze Nero, zo vertelde de gids ons, liet een enorm beeld van zichzelf plaatsen vlak voor het Colosseum, dat toen nog het Flavium heette.

Op een plaquette is nog te
zien dat het Colosseum eertijds 'Flavium' genoemd werd.
Vanwege de grootte van dat beeld (men noemde het een kolos) kreeg het amfitheater de naam Colosseum. Zowel het Latijnse colossus als het Griekse kolossos betekenen: reusachtig beeld, standbeeld van zeer grote afmetingen. De oorsprong van ons woord 'kolos' ligt zeer waarschijnlijk niet bij het beroemde amfitheater in Rome. Het woord kolos betekende in eerste instantie gewoon 'figuur' maar kreeg zijn betekenis door de Kolossos van Rhodos, een bronzen beeld in het Griekse Rhodos dat 30 meter hoog geweest moet zijn.

De Kolos van Rhodos
Zowel deze kolos als het enorme standbeeld van Nero hebben maar voor korte tijd op hun plaats gestaan.
Helaas ben ik 's nachts niet bij het Colosseum geweest om te zien of er (net zoals toen Bomans nog in Rome woonde) zwervers een slaapplaats hebben in de machtige arena. Bomans vertelt in de 'Wandelingen' dat ene signore Marini aan liefdadigheid doet voor deze stumpers. Omdat deze hulp voor minder bedeelden niet het anonieme karakter draagt dat bij deze filantropie hoort, heeft Bomans er de nodige moeite mee. Bomans ziet het als een vertroebeling van het stromende geloofswater, waarvan hij zich toch al afvroeg of het nog wel door Rome stroomde.
En zo is de brug geslagen naar mijn laatste 'Bomansplek' in Rome en keer ik terug naar waar ik begon: bij een fontein. Hoewel ik, vergezeld door vrienden die niet zo'n sterke band met Godfried Bomans hebben, niet al te naarstig naar dergelijke plaatsen heb gezocht, meende ik ineens op de plek te staan waar Bomans' Rome-reportage voor de NCRV-televisie werd afgesloten. Bomans staat daar op de heuvel Gianicolo bij een passieve fontein en kijkt prachtig uit over de stad Rome. Hij vraagt zich op die plek af, of er nog wel water stroomt. Hier stopt de latere (bewerkte) versie van 'Stroomt er nog water door Rome' van de NCRV. Godfrieds broer, Jan, vertelde evenwel ooit op een bijeenkomst van het Godfried Bomans Genootschap, dat de originele uitzending anders eindigde. Bomans zou een mannetje geregeld hebben, die -nadat hijzelf met de hand wat bladeren uit de fontein gegrist had- heimelijk verstopt achter een boom, een kraantje open draaide waardoor de fontein weer begon te spuiten. (Bomans vertelt dit zelf ook in 'Van dichtbij gezien'.) Dit positieve einde van de Rome-reportage werd door de christelijke radiovereniging later dus weggeknipt. Wellicht voorzag de NCRV een afname van de perspectieven voor de christenheid die later ook in de vervaging van de C in haar eigen vereniging merkbaar werd.
Vanaf de heuvel Gianicolo is Rome
prachtig te bekijken. Rechts achter ziet men het Forum Romanum met het Colosseum.
Op diezelfde plek (de heuvel Gianicolo) stond ik ruim 30 jaar later. Hoezeer ik ook zocht, de fontein waar Bomans stond heb ik niet ontdekt. Is deze verwijderd? In dat geval zijn de vooruitzichten voor hernieuwd stromend water in Rome danig afgenomen.

Bomans op de heuvel Gianicolo met
achter hem de fontein.
Samen
met Bomans wandelden we door delen van Rome. Zoals eerder gezegd, Bomans woonde
er zelf en heeft op zijn eigen wijze deze stad getekend in geschreven en
verfilmde beelden. Hij doet dit in zijn eigen stijl waarbij hij zijn mening over
bepaalde zaken niet onder stoelen of banken steekt. Die mening stond ook vast
bij hem en daar konden anderen, vermoed ik, niet al te veel aan morrelen.
Diezelfde zekerheid straalt hij ook uit bij het geven van (historische)
informatie. Daarbij slaat hij de plank nog wel eens mis, of vertelt slechts een
deel van het verhaal. Het is in dit kader wel aardig om te vertellen, dat ik
mijn eigen docent Kerkgeschiedenis aan de RUU (de Augustinus-kenner dr. J. van
Oort) ooit eens de plaatopname gaf waarop Bomans te horen is als
tafelredenaar. (Het gaat om de platenbox: Bomans
was de naam
en het fragment heet: Afrika als bloeiende provincie van Rome) Na een
zotte start van zijn redevoering, wordt Bomans zeer ernstig en neemt de
disgenoten mee op een reis door de kerkgeschiedenis, waarbij hij regelmatig Augustinus
noemt. Van Oort reageerde later op een briefje: "Met veel dank retour,
Bert! Hoogst boeiend, maar Bomans' kennis van de kerkgeschiedenis is ronduit
beroerd."

Is dat nou niet typisch Bomans? Zijn algemene kennis is indrukwekkend, maar veel
kenners van Goethe, Dickens en andere grootheden fronsen dikwijls hun
wenkbrauwen als Bomans pretendeert de waarheid rondom dergelijke figuren in
pacht te hebben.
En toch.
Toch kun je het van Godfried Bomans hebben. Hoezeer hij dan ook de halve
waarheid vertelt, of -om met Michel van der Plas te spreken- de waarheid
fantaseert, hij boeit, zoals hij zelf zei, omdat hij iets creëert.
Hij voorziet de informatie van een laagje glazuur dat zowel de verteller als het
vertelde boeiender maakt. Dit, door met humor, een prachtige spreek- en
schrijfstijl, met een zekere overdrijving én met de uitstraling van iemand-die-weet-waarover-hij-praat de krenten in de pap aan te brengen. Zo mocht ik met die
ietwat loense blik van Bomans de eeuwige stad aanschouwen en dat was genieten, dat
verzeker ik u!
Blik vanuit een beeldentuin op de
eeuwige stad Rome. Verderop lijkt hetzelfde muurtje waarneembaar waar Bomans bij
de fontein op de Gianicolo stond.
Alle
foto's op deze webpagina zijn, tenzij anders vermeld, van Bert Rebergen © Van
enkele foto's kon de bron niet worden achterhaald.
Met dank aan Aarnoud de Groen
voor het willen lezen en bekritiseren van de geschreven teksten.